De afgelopen weken stond het nieuws vol van alle mogelijke gevaren die een ongebreidelde toepassing van AI met zich meebrengt. We stevenen als mensheid af op onze ondergang, waarschuwde bijvoorbeeld een ex-werknemer van OpenAI. Sam Altman, ceo van hetzelfde OpenAI, blijft echter rotsvast geloven in de zegeningen van AI. Dat zegt hij in een interview met Die Zeit dat integraal in de HUMO van 29 september is gepubliceerd.
Die Zeit journalisten Johannes Dudziak en Nicolas Killian stelden Altman een spervuur aan vragen over zijn ChatGPT. Gaande van de invloed van AI op hoe we ons brein gebruiken tot aan het potentiële gevaar dat AI slimmer wordt dan de mens.
Altman ziet de gevaren
OpenAI startte als een non-profitorganisatie. Vandaag de dag is het een beursgenoteerde onderneming met een potentiële beurswaarde van bijna duizend miljard dollar. Toch zegt Altman dat een veilig gebruik van ChatGPT voor hem het belangrijkste uitgangspunt blijft.
‘ChatGPT wordt intussen door meer dan een miljard mensen gebruikt. Dat systeem is uiteraard niet vlekkeloos. Met een miljard gebruikers loopt er altijd wel ergens iets fout. Maar het veiligheidsniveau van de huidige modellen – die op bepaalde vlakken nu al bovenmenselijke capaciteiten bezitten – ligt veel hoger dan ik in dit stadium had durven hopen.’
Over de keer dat modellen erin zijn geslaagd uit hun testomgeving te breken, zegt Altman: ‘Op dat moment heeft onze beveiliging gefaald. Ik ga zeker niet beweren dat we foutloos zijn. Alleen proberen wij die flaters nu te begaan, nu de inzet nog relatief beperkt is. We confronteren onze AI zo vroeg mogelijk met de weerbarstige realiteit en sturen meteen bij. Het kan niet anders. Dit is nagelnieuwe technologie en veel van de risico’s kun je vooraf niet aan een tekentafel bedenken.’
De zegeningen van AI
Altman is niet bang dat AI funest gaat zijn voor het onderwijs of dat het vele arbeidsplaatsen gaat kosten. Hij citeert een lerares van zijn lagere school: ‘Je moet leren hoe je leert. Problemen ontleden, nieuwe ideeën bedenken en uittesten, feedback incasseren en iets betekenen voor je medemens. Dat doet ertoe. Die vaardigheid zal in de toekomst alleen maar belangrijker worden.’
Altman ziet vooral veel heil in de toepassing van AI in de gezondheidszorg. AI zal ziektes uitbannen, zegt hij. Maar de mens moet wel hoofdrolspeler blijven in het AI verhaal. ‘Net zoals het wiel en de stoommachine zal AI uiteindelijk een verlengstuk van onszelf zijn. De technologie wordt geraffineerder, de economie zal floreren en onze mogelijkheden worden exponentieel groter. Maar fundamenteel zal er voor de mens nauwelijks iets veranderen.’
Contradictie
In het relaas van Altman zit een contradictie. Hij laat niet na te benadrukken dat AI de mensheid vooruit zal helpen. Tegelijkertijd beseft hij ook dat AI de potentie heeft te ontsporen. Dat laatste klinkt zwart op wit als hij ernaar wordt gevraagd.
Journalisten: ‘Er bestaat een kans dat het faliekant afloopt?’
Altman: ‘Ja.’
Journalisten: ‘Hoe hoog schat u de kans in?’
Altman weigert een concreet percentage te noemen, omdat hij het naar eigen zeggen gewoon niet weet.

