Van alle stadsvogels die samenleven met de mens is de duif één van de minst gewaardeerde soorten. Vooral vanwege de bacteriën en parasieten die duiven met zich mee kunnen dragen. Bij direct contact tussen mens en duif kunnen die bacteriën en parasieten gezondheidsklachten veroorzaken. Mens en duif hebben echter eeuwenlang een hechte relatie gekend die met zekerheid teruggaat tot tenminste 1.400 voor Christus. Dit leert een nieuw wetenschappelijk onderzoek over het samenleven van mens en duif waaraan het Groningen Institute of Archaeology (onderdeel van de Rijksuniversiteit Groningen) meewerkte.
Promovendus Anderson Carter die namens de Rijksuniversiteit Groningen het onderzoek voerde, vertelt over haar bevindingen in The New York Times van 20 mei jl. Het onderzoek vond plaats in de vroegere Cypriotische havenstad Hala Sultan Tekke. Tijdens de Late Bronstijd (ca 1650 – 1150 BC) fungeerde Hala Sultan Tekke als een belangrijk handelscentrum. Er vond handel plaats vanuit en naar Egypte, het Midden-Oosten en het huidige Turkije. Tegenwoordig staat op de locatie een islamitisch heiligdom (moskee). Door geologische en klimatologische veranderingen is de directe verbinding met de Middellandse Zee verdwenen.
Eiland van Aphrodite deed reputatie eer aan
Cyprus staat bekend als geboorteplaats van de Griekse godin Aphrodite, godin van de liefde en schoonheid. Volgens de mythe was zij erg gesteld op duiven. Zij is dan ook vaak afgebeeld met de vogels. Ook de eilandbewoners hadden een speciale band met duiven. Blijkt uit opgravingen in de voormalige havenstad.
De wetenschappers onderzochten 157 botresten van 37 duiven op de aanwezigheid van stikstof en koolstof. Aan de hand van isotopen die voor beide scheikundige elementen dezelfde chemische samenstelling hebben, konden de wetenschappers achterhalen wat de duiven in Hala Sultan Tekke op het menu hadden staan. De uitkomst: hun dieet bestond uit granen, groenten en in beperkte mate uit vlees. Eenzelfde analyse van elders op het eiland gevonden menselijke botresten uit dezelfde periode liet exact hetzelfde dieet zien. Dit toont volgens Anderson Carter aan dat duiven en mensen nauw samenleefden op Cyprus. Of de duiven de etensresten oppikten als vrij rondvliegende vogels of bewust door de mensen waren gedomesticeerd en werden gevoederd, is uit het onderzoek niet duidelijk naar voren gekomen.
Van geliefde vogel tot paria
Het is bekend dat mens en duif al veel vroeger in de oudheid in nauw contact met elkaar samenleefden. In grotten op Gibraltar vond men naast botresten van Neanderthalers ook botten van duiven. Wanneer de moderne mens daadwerkelijk begon met het domesticeren van duiven is onbekend. Het hoe en waarom van de domesticatie is evenmin geweten. Gedomesticeerd of niet, duiven werden veelvuldig geofferd tijdens religieuze rituelen. Daaruit blijkt dat de duif in de oudheid in veel hoger aanzien stond dan tegenwoordig.
Het verval in status begon volgens Anderson Carter na de industriële revolutie. ‘De mens verwijderde de duif min of meer uit zijn leefomgeving’, zegt ze. Of probeerde dat toch. ‘De mens heeft de specifieke rol en positie van de duif in het ecosysteem veranderd. Alleen al daarom zou enige mate van (hernieuwd) respect richting de duif op zijn plaats zijn.’
Om dichter bij huis te eindigen: hoe zit het met het respect voor de huidige populatie stadsduiven in Rotterdam? De gemeente voert geen actief beleid om het aantal stadsduiven te verminderen. Zij vraagt de inwoners wel nadrukkelijk om de duiven niet te voederen. Zo wil de gemeente de hoeveelheid schadelijke duivenpoep beperken en voorkomen dat de duivenpopulatie te veel zou toenemen door te gunstige omstandigheden voor voortplanting. Op het voeren van duiven, ganzen, eenden of welke vogelsoort dan ook staat sowieso een boete van 100 euro. Het Rotterdamse duivenbeleid zou men aldus kunnen omschrijven als leven en laten leven volgens duidelijke regels met als doel eventuele overlast in de hand te houden.
De complete uitkomst van het wetenschappelijk onderzoek in Hala Sultan Tekke is gepubliceerd op de site van Cambridge University Press.

