Jezelf (her)vinden in therapieland

09/02/2026
 
 

Journaliste en filosofe Lena Bril is zelf al zo’n negen jaar in therapie als ze besluit te onderzoeken waarom zoveel Nederlanders een beroep doen op de reguliere GGZ en de vrijgevestigde therapeuten en coaches. Gedurende een jaar doet ze mee aan verschillende vormen van therapie en spreekt ze met deelnemers en coaches. Zo krijgt ze een beeld van het therapielandschap. Maar helpt het haar ook om de oorzaken van haar eigen gedachten, gevoelens en emoties waarvoor ze in therapie is eindelijk te ontrafelen?

Over die zoektocht in therapieland en haar persoonlijke zoektocht gaat haar boek In Therapie dat eind 2025 verscheen. Het boek is een mengeling van theorie en praktijk. Bril beschrijft de theorie achter verschillende vormen van therapie die in de reguliere GGZ en door coaches worden gebruikt. Denk aan cognitieve gedragstherapie, psychoanalyse, EMDR  (Eye Movement Desensitization and Reprocessing). Maar ook de meer ‘exotische’ therapievormen zoals paardencoaching en coaching waarbij hallucinerende middelen aan te pas komen. Verder laat ze wetenschappers aan het woord. 

Markt voor mentale gezondheidscrisis

Bril verdiept zich allereerst in de cijfers en die laten een schokkend beeld zien. In 2023 hadden vier op de tien Nederlanders last van angst- of depressieve gevoelens. Ongeveer de helft van alle Nederlanders (48%) ontwikkelt in de loop van hun leven een psychische stoornis. In 2022 hadden 3,3 miljoen landgenoten te maken met een psychische aandoening, tegenover 1,9 miljoen tussen 2007 en 2009.

Evenredig aan de stijging in de vraag naar therapie is er een stijging aan de aanbodkant in de reguliere GGZ te zien. In 2022 waren er 15.785 GZ psychologen (9% meer dan in 2020), 4.462 psychotherapeuten (7% meer) en ruim 2.000 klinisch psychologen. En dan zijn er nog de psychiaters waarvan het aantal in 15 jaar tijd (2003-2018) van 2.412 naar 3.712 was gestegen. Het verschil tussen een psycholoog en psychiater is dat die laatste medicatie mag voorschrijven (bijvoorbeeld bij depressie, ADHD, etc.). Zowel psychologen als psychiaters hebben normaal gesproken een academische studie gevolgd. De titel psycholoog is echter niet beschermd. Wat inhoudt dat ook je buurman zich psycholoog mag noemen en als zodanig een praktijk mag runnen. Zij het dat hij dan niet onder de reguliere GGZ zal vallen. Daarin kom je terecht na verwijzing door je huisarts. Vaak geldt een wachtlijst.

Naast de reguliere GGZ is er het alternatieve circuit. Hieronder vallen therapeuten, coaches en counselors. Zo’n 15.000 mensen staan bij de KvK ingeschreven met als titel therapeut. Er zijn zo’n 105.000 coaches actief in Nederland. Alhoewel coaching en counseling verschillende werkwijzen hebben, worden ze wel vaak als één geheel gezien.

Reguliere GGZ versus alternatieve circuit

Wat werkt beter? Praatsessies bij een psycholoog of psychiater of bijvoorbeeld een coachingsessie waarin je veel meer actief aan jezelf werkt? Professionals werkzaam in de reguliere GGZ benadrukken hun kennis. Ze hebben gestudeerd en stellen hun diagnose en werkwijze vast aan de hand van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, vijfde editie ondertussen alweer. Het nadeel hiervan, signaleert Bril, is dat mensen in hokjes worden gestopt. Wanneer jouw symptomen niet overeenkomen met een beschrijving in de DSM, dan bestaat jouw stoornis hoegenaamd niet. Daaraan gekoppeld: voor elke in de DSM genoemde stoornis geldt een aanbevolen therapiemethode. Die blijkt niet altijd even goed aan te slaan. Op de DSM is daarnaast altijd al de nodige kritiek geweest. Tot in de jaren 70 was bijvoorbeeld homoseksualiteit nog als een psychische stoornis erin opgenomen.

Zoals eerder gesteld, kan iedereen zich therapeut, psycholoog of coach noemen. Uiteraard bestaan er beroepsverenigingen waarbij bijvoorbeeld coaches zich kunnen aansluiten. Verplicht is het niet. En ook al ga je in therapie bij een erkende coach: garantie dat zijn/haar therapievorm je zal helpen, is er uiteraard ook daar niet. Veel hangt af van de klik tussen coach en coachee (de cliënt).

In het boek spreekt Bril enkele deelnemers van verschillende soorten coachingsessies een aantal maanden na hun traject. Zij geven aan dat zij zich beter voelen. Bril vraagt zich echter af of dat betere gevoel ook niet op een andere manier tot stand had kunnen komen.

Individualisering versus socialisering

Naarmate Bril in haar onderzoek vordert, komt zij namelijk tot de constatering dat de grote vraag naar en het aanbod van therapieën verband houden met de individualisering van de maatschappij. Zij noemt dat het ”ik-ideaal’. Of het nu op het werk is, in relaties of in de recreatieve sfeer: ‘we’ moeten allemaal streven naar ons eigen geluksgevoel, de perfectionering van onszelf. Niet iedereen is daartoe in staat, concludeert Bril. De mens is nu eenmaal een sociaal wezen.

Wanneer iemand met mentale problemen zat vanwege een ontstane situatie, kon men tot ver in de twintigste eeuw terecht bij het sociale netwerk. Vaak bood religie, de kerk, een dankbare vorm van steun. Dat sociale netwerk is grotendeels weggevallen, schrijft Bril. We hebben nog wel sociale contacten, maar die willen we niet belasten met waar we mentaal tegenaan lopen. Deels vanwege de angst voor gezichtsverlies. Deels omdat familie/vrienden ed. ook allemaal druk bezig zijn met hun eigen leven en het verwezenlijken van hun ik-ideaal.

Het verbaast niet dat Bril stelt dat (een gedeelte van) de therapievraag meer opgevangen zou moeten kunnen worden door sociale netwerken. Daar is men ook in de politiek en de reguliere GGZ ondertussen van doordrongen. Alleen de uitvoering ervan verloopt langzaam. (N.B.: dit gebeurt al steeds meer in de vorm van zogenaamde Eigen Kracht Conferenties waarbij familie en vrienden gezamenlijk bijeenkomen om te overleggen hoe zij de persoon in therapie het best kunnen ondersteunen in de hulpvraag. Niet zozeer mentaal, maar praktisch. Eigen Kracht Conferenties worden vooral ingezet bij personen die een andere culturele achtergrond hebben, red.)

De persoonlijke zoektocht van Bril

Bril werkte na haar studie op de redactie van een mediabedrijf toen ze op een maandagochtend bij aankomst op haar werk ineens letterlijk geen stap meer kon verzetten. Ze had in de maanden ervoor al signalen gekregen dat ze fysiek niet helemaal in orde was. Maar het was haar eerste baan en ze negeerde die signalen. Na dat voorval kwam ze voor het eerst thuis te zitten met de diagnose burn-out. Zo belandde ze bij haar eerste psycholoog. Er zouden nog een psycholoog en psychiater in de daaropvolgende negen jaar volgen.

Was het wel een burn-out? Ze vraagt het zichzelf af. Uit de vele gesprekken die ze zal voeren en de verschillende coachingsessies waar ze actief aan meedoet, blijkt op den duur dat ze vooral de dood van haar vader niet goed heeft verwerkt, wat haar dwarszit en haar gedachten niet doet stoppen. Ze gaat niet dieper in op haar eigen case. Doorheen het boek verwoordt ze wel haar angsten, twijfels en frustraties. Waarom lukt het haar nou maar niet om haar gedachten stil te krijgen? Waarom lijkt geen enkele therapie de oplossing te bieden? Op het einde van haar journalistieke reis door therapieland komt ze op een ochtend tot het besef dat ze niet meer moet zoeken naar dé oplossing. Ze weet wat er speelt en neemt zich voor het te accepteren en daar voortaan verder mee te leven. Een beslissing die bevrijdend uitpakte. 

‘(…) Ik voelde me vrij. Het besef dat, in tijden van emotioneel tumult, de pijn terugkeert (en dat gebeurt regelmatig), in wat voor gedaante dan ook, kon naast die vrijheid bestaan. Er is geen sluitend antwoord, geen allesomvattende therapie, althans, niet voor mij.’

Nuancering

Wetenschappers doen nog steeds volop onderzoek naar de werking van het menselijk brein. Veel weten we al: de ligging en functie van de verschillende hersengebieden. De rol die neurotransmitters en chemische stoffen spelen bij de totstandkoming van emoties, gevoelens en onze daden. Maar veel is ook nog onontgonnen werk. Bovendien is ieder mens het product van zijn eigen verhaal. Daarom zal bij de één therapie X beter aanslaan dan therapie Y. En bij sommigen lijkt geen enkele therapie tot succes te leiden. Maar wat succes is, hangt in grote mate af van wat de persoon in kwestie zelf definieert als succes. 

Therapie, of het nu in de reguliere GGZ of daarbuiten plaatsvindt, blijft in zekere zin een kwestie van trial and error. Wat werkt wel en wat werkt niet? Je kunt dat niet op voorhand voorspellen. Feit is dat velen zich toch gesterkt voelen na het volgen van een therapievorm. Of dat nu aan de therapie zelf te danken is of aan het placebo-effect, denken dat de therapie helpt, is bij een positieve uitkomst mijns inziens van minder belang. Het belangrijkste is dat als je eenmaal voor een bepaalde therapievorm hebt gekozen en merkt dat die jou ligt je er ook vol voor gaat. Dat biedt de grootste kans van slagen. Op een uitkomst waarmee jij verder kunt in het leven. 

Vandaag de dag is Bril werkzaam als freelancer. Zij schrijft essays en reportages voor De Groene Amsterdammer en De Volkskrant. In Trouw geeft ze de lezers tweewekelijks advies over levensproblemen.

In Therapie van Lena Bril is verschenen bij Prometheus.

Copyright tekst en foto: Johan Peters, 09/02/2026 - ...